Month: September 2026

Een glanzende keukenmachine op het aanrecht ziet er indrukwekkend uit, maar de prijs kan flink oplopen. Modellen van enkele honderden euro’s beloven alles: kneden, raspen, mengen en soms zelfs koken. De vraag is alleen of jij al die functies ook echt gaat gebruiken, of dat het apparaat na een paar enthousiaste weken achter in de kast verdwijnt.

In dit artikel zetten we prijs, functies en dagelijks gebruik naast elkaar. Niet om je iets aan te smeren, maar om je te helpen inschatten wat bij jouw manier van koken past: een uitgebreide keukenmachine, een eenvoudige staafmixer of een krachtige blender.

Begin bij je eigen kookgewoonten

De beste voorspeller van een goede aankoop is niet de specificatielijst, maar je eigen routine. Bak je elk weekend brood of taart, dan is een machine met een sterke motor en een stevige kneedhaak al snel de moeite waard. Kook je vooral doordeweekse maaltijden en maak je af en toe soep, dan is de kans groot dat een staafmixer alles doet wat je nodig hebt.

Kijk eens terug naar de afgelopen maand. Hoe vaak heb je deeg gekneed, groenten fijngesneden of smoothies gemaakt? Dat eerlijke antwoord zegt meer dan elke reclamefolder.

Wat je krijgt voor een hogere prijs

Duurdere apparaten onderscheiden zich vaak op een paar vlakken: een krachtigere en duurzamere motor, betere materialen zoals metalen behuizingen en roestvrijstalen kommen, en een langere levensduur. Ook de afwerking speelt mee: minder trillingen, minder geluid en onderdelen die goed passen en makkelijk schoon te maken zijn.

Daarnaast betaal je regelmatig voor extra hulpstukken. Denk aan pastarollers, vleesmolens of citruspersen. Die kunnen handig zijn, maar ze tellen alleen mee als je ze ook werkelijk inzet.

  • Sterkere motor die zwaar deeg aankan
  • Robuuste materialen en langere levensduur
  • Stiller en stabieler tijdens gebruik
  • Meer hulpstukken, vaak tegen meerprijs

Staafmixer, blender of keukenmachine?

Een staafmixer is compact, betaalbaar en snel schoon. Ideaal voor soepen, sauzen en babyvoeding, direct in de pan. Een blender is sterker in het fijnmalen van ijs, bevroren fruit en noten, en levert gladdere smoothies op. Een keukenmachine is de alleskunner voor bakken en grotere hoeveelheden snijden of raspen.

Wil je meer weten over de verschillen tussen apparaten en waar je op let bij het vergelijken, dan vind je op 123keukenplaza.nl uitleg en overzichten van uiteenlopende keukenproducten. Zo kun je rustig nagaan welk type het beste aansluit bij wat jij in de keuken doet.

Reken in kosten per gebruik

Een handige manier om de prijs te beoordelen is denken in kosten per keer. Een machine van vierhonderd euro die je tien jaar lang wekelijks gebruikt, kost je uiteindelijk minder dan een euro per keer. Een goedkoper apparaat dat na twee jaar kapotgaat of bijna nooit uit de kast komt, is in verhouding juist duur.

Let ook op bijkomende zaken zoals garantie, verkrijgbaarheid van reserveonderdelen en hoeveel ruimte het apparaat inneemt. Een machine die permanent op het aanrecht kan staan, wordt aantoonbaar vaker gebruikt dan een exemplaar dat je telkens moet opzoeken en in elkaar zetten.

Valkuilen bij het kopen

De grootste valkuil is kopen voor de kok die je graag zou willen zijn, in plaats van de kok die je bent. Een apparaat met twintig programma’s voelt als een stap richting meer zelf koken, maar gewoontes veranderen zelden door een aankoop alleen.

Wees ook kritisch op wattages als enige maatstaf. Een hoog vermogen zegt niet alles; de bouwkwaliteit van motor en mesjes bepaalt minstens zo veel. Lees ervaringen van andere gebruikers en let vooral op opmerkingen over slijtage na langere tijd.

Zelf groenten kweken klinkt voor veel mensen als iets voor doorgewinterde tuinierders met groene vingers. Toch is een kleine moestuin prima te doen, ook als je nog nooit een zaadje in de grond hebt gestopt. Je hebt geen grote lap grond nodig en ook geen dure spullen. Met een zonnig plekje, een paar makkelijke gewassen en een beetje planning oogst je binnen een paar weken je eerste radijsjes.

In dit artikel lees je waar je op let bij het kiezen van een plek, welke groenten bijna altijd lukken en hoe je met een eenvoudige zaaikalender het hele seizoen iets te oogsten hebt.

Kies een zonnige plek

De belangrijkste factor voor een geslaagde groentetuin is zon. De meeste groenten hebben minstens zes uur direct zonlicht per dag nodig. Kijk daarom een dag lang hoe de zon over je tuin of balkon beweegt. Een plek op het zuiden of zuidwesten is meestal ideaal, terwijl een hoek in de schaduw van een schutting of grote boom lastiger is.

Let ook op de bereikbaarheid. Een moestuintje dicht bij de achterdeur bezoek je vaker dan een bak helemaal achterin de tuin. Je ziet sneller wanneer er water nodig is, wanneer onkruid opkomt of wanneer de sla klaar is om te plukken. En zorg dat er een kraan of regenton in de buurt is, want sjouwen met gieters wordt snel een klus waar je tegenop ziet.

Begin klein en zorg voor goede grond

Een veelgemaakte fout is meteen te groot beginnen. Een bak of bedje van ongeveer één bij twee meter is voor een eerste seizoen ruim voldoende. Je houdt het overzicht, het onderhoud blijft behapbaar en je leert gaandeweg wat werkt in jouw tuin.

Goede grond is de basis. Losse, kruimelige aarde met genoeg organisch materiaal houdt water vast en laat wortels makkelijk groeien. Werk in het voorjaar een laag compost door de bovenste centimeters. Heb je zware klei of weinig ruimte, dan is een verhoogde plantenbak gevuld met potgrond en compost een handige oplossing. Die warmt in het voorjaar ook sneller op, wat je zaaisels een voorsprong geeft.

Makkelijke gewassen voor beginners

Niet elke groente is even vergevingsgezind. Sommige soorten groeien snel, hebben weinig last van ziektes en geven ook bij kleine foutjes nog een oogst. Daarmee bouw je vertrouwen op. Deze gewassen zijn een goede start:

Wil je meer weten over grondsoorten, gereedschap of het inrichten van verschillende soorten tuinen, dan vind je op tuinenmaster uitgebreide informatie en blogs die je verder op weg helpen.

  • Radijs: binnen vier weken te oogsten
  • Pluksla: blijft doorgroeien als je de buitenste blaadjes plukt
  • Courgette: één plant levert vaak de hele zomer genoeg op
  • Stamboontjes: hebben geen steun nodig en groeien vlot
  • Kruiden zoals bieslook en peterselie: handig dicht bij de keuken

Een simpele zaaikalender

Je hoeft geen ingewikkeld schema bij te houden. Een grove indeling per seizoen is genoeg. In maart en april zaai je buiten al radijs, spinazie en pluksla, omdat deze gewassen tegen wat kou kunnen. Tomaten en courgettes kun je dan binnen op de vensterbank voorzaaien.

Vanaf half mei, na de laatste nachtvorst, gaan de warmteminnende planten naar buiten: courgette, tomaat en bonen. In juni en juli zaai je opnieuw sla en radijs, zodat je steeds iets vers hebt. Vanaf augustus is het tijd voor wintergroenten zoals veldsla en boerenkool, die tot ver in het najaar of zelfs de winter doorgroeien.

Zaai liever kleine hoeveelheden om de twee à drie weken dan alles tegelijk. Zo voorkom je dat je ineens dertig kroppen sla hebt die allemaal tegelijk doorschieten.

Water geven en onderhoud

Geef bij voorkeur ‘s ochtends water, direct bij de voet van de plant en niet over de bladeren. Een flinke gietbeurt om de paar dagen werkt beter dan elke dag een klein beetje, omdat de wortels dan dieper de grond in gaan. Een laagje mulch van gras of stro helpt de grond vochtig te houden en remt onkruid.

Loop regelmatig even langs je moestuin. Trek kleine onkruidjes weg zolang ze nog makkelijk loskomen, houd slakken in de gaten en oogst op tijd. Veel groenten, zoals courgette en bonen, produceren juist meer als je ze vaak plukt.

Leren door te doen

Je eerste seizoen hoeft niet perfect te zijn. Misschien mislukt een rij wortels of eten de slakken je sla op, en dat hoort erbij. Schrijf kort op wat je wanneer hebt gezaaid en wat goed ging, zodat je volgend jaar slimmer kunt plannen. Met een zonnige plek, een paar dankbare gewassen en wat geduld staat er voor je het weet zelfgekweekte groente op tafel.

Een sportschool is handig, maar zeker geen voorwaarde om fit te worden. Kijk eens goed rond in je eigen buurt: dat bankje bij de vijver, de trap naar de brug en het grasveld achter de speeltuin zijn samen een prima trainingsruimte. Je hebt geen abonnement nodig, je bent niet gebonden aan openingstijden en je krijgt er frisse lucht en daglicht gratis bij.

In dit artikel lees je hoe je met die alledaagse plekken een complete workout opbouwt, van warming-up tot cooling-down. Je traint kracht, conditie en mobiliteit, en je kunt alles aanpassen aan je eigen niveau.

Begin met een goede warming-up

Koude spieren en een harde ondergrond zijn geen fijne combinatie. Neem daarom vijf tot tien minuten om op te warmen. Wandel stevig naar je startpunt of jog een rondje rond het grasveld. Voeg daarna een paar dynamische bewegingen toe, zoals armzwaaien, knieheffen, hakken naar de billen en heupcirkels.

Gebruik het eerste stuk ook om je route te verkennen. Is het bankje stevig en droog? Zijn de traptreden niet glad of beschadigd? Een korte check voorkomt dat je halverwege je training uitglijdt of je enkel verstuikt.

Het parkbankje als krachtstation

Een bankje is misschien wel het veelzijdigste trainingsmiddel buiten. Voor je bovenlichaam doe je schuine push-ups met je handen op de zitting: hoe hoger je handen, hoe makkelijker. Ben je sterker, zet dan juist je voeten op het bankje voor een zwaardere variant. Met dips, waarbij je met je rug naar het bankje zit en jezelf met gebogen armen laat zakken, train je je triceps.

Ook je benen komen aan bod. Step-ups, waarbij je afwisselend op het bankje stapt, versterken je bovenbenen en billen. Bij een Bulgaarse split squat leg je één voet achter je op de zitting en zak je door het voorste been. Dat is pittig, dus begin met een paar herhalingen per kant.

Trappen voor conditie en explosiviteit

Een trap is een gratis conditietrainer. Loop hem een paar keer rustig op en af en verhoog daarna het tempo. Wil je meer uitdaging, neem dan twee treden tegelijk of probeer kleine sprongetjes met beide voeten. Afdalen doe je altijd rustig en gecontroleerd; daar ontstaan de meeste blessures.

Een handig schema is intervaltraining: sprint de trap op, wandel rustig naar beneden en herhaal dat zes tot tien keer. Zo werk je aan je uithoudingsvermogen en je beenkracht tegelijk. Wie meer wil lezen over geschikte schoenen of materiaal voor buitentraining, vindt achtergrondinformatie en vergelijkingen van sportartikelen op comparesport.nl, zodat je beter kunt bepalen wat bij jouw training past.

Het grasveld voor core en mobiliteit

Gras is zachter dan asfalt en daardoor ideaal voor oefeningen op de grond. Leg eventueel een handdoek of matje neer als het vochtig is. Hier werk je aan je romp, die bij bijna elke beweging een rol speelt.

Combineer de oefeningen in een circuit van ongeveer dertig seconden per oefening, met korte pauzes ertussen:

  • Plank op je onderarmen, met een recht lichaam
  • Mountain climbers voor core en hartslag
  • Lunges over een stuk gras heen en terug
  • Burpees als je flink wilt doorzweten
  • Bruggetje (glute bridge) voor je billen en onderrug

Zo bouw je een complete workout op

Je kunt de drie plekken mooi combineren. Begin na de warming-up bij het bankje met drie rondes kracht, ga daarna naar de trap voor je conditieblok en eindig op het gras met het corecircuit. Reken op ongeveer veertig minuten in totaal. Train je vaker per week, wissel dan af tussen een zwaardere krachtdag en een lichtere conditiedag.

Houd je voortgang bij door het aantal herhalingen of trapsprints te noteren. Kun je iets makkelijk volhouden, voeg dan een ronde toe of maak de oefening zwaarder. Sluit altijd af met een rustige cooling-down: wandel uit en rek je bovenbenen, kuiten en schouders even door.

Rekening houden met anderen en het weer

Het park is van iedereen. Bezet een bankje niet te lang als er mensen willen zitten en blijf aan de kant van de trap zodat anderen kunnen passeren. Vroeg in de ochtend of in de avond is het vaak rustiger. Kleed je in laagjes, neem water mee en kies bij regen voor oefeningen die minder grip vragen.

Met een beetje creativiteit verandert je eigen buurt in een trainingsplek waar je elke week weer terugkomt. Begin klein, kies een paar oefeningen die je prettig vindt en bouw rustig op. De drempel is laag, de kosten zijn nul en het park ligt meestal gewoon om de hoek.

Je rijdt op een doordeweekse ochtend naar je werk en ineens staat er een bord: weg afgesloten, volg de omleiding. Wie in Breda woont of er regelmatig doorheen rijdt, kent het wel. De stad groeit, wijken worden vernieuwd, riolering wordt vervangen en ook op de snelwegen rondom Breda wordt geregeld gewerkt. Dat is nodig, maar het kan je flink wat tijd en ergernis kosten als je er onvoorbereid op stuit.

Het goede nieuws is dat de meeste werkzaamheden ruim van tevoren worden aangekondigd. Het komt er vooral op aan dat je weet waar je moet kijken. In dit artikel lees je welke bronnen je kunt gebruiken en hoe je ze slim combineert.

Verschillende wegbeheerders, verschillende bronnen

Een belangrijk punt om te begrijpen is dat niet elke weg door dezelfde partij wordt beheerd. De snelwegen rond Breda, zoals de A16, A27 en A58, vallen onder Rijkswaterstaat. Provinciale wegen worden beheerd door de provincie Noord-Brabant, en straten binnen de bebouwde kom zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente. Elke beheerder communiceert op een eigen manier over werkzaamheden.

Dat betekent dat je niet altijd alles op één plek vindt. Wie dagelijks een vaste route rijdt die zowel over de snelweg als door de stad loopt, doet er goed aan om meerdere bronnen in de gaten te houden.

Officiële kanalen van gemeente en Rijkswaterstaat

De gemeente Breda publiceert informatie over grotere projecten, zoals herinrichtingen van straten, vervanging van riolering en evenementen waarvoor wegen tijdelijk worden afgesloten. Vaak staat daarbij een planning, een kaartje met de omleidingsroute en een contactpersoon voor vragen. Woon je in de buurt van een project, dan krijg je meestal ook een brief in de bus.

Voor de snelwegen is Rijkswaterstaat de aangewezen bron. Zij kondigen geplande afsluitingen, vaak in de avond, nacht of het weekend, ruim van tevoren aan. Daarnaast bestaat er een landelijk overzicht van wegwerkzaamheden waarin verschillende wegbeheerders hun werk invoeren, zodat je op een kaart kunt zien waar en wanneer iets gebeurt.

Lokaal nieuws als aanvulling

Officiële kanalen zijn betrouwbaar, maar soms wat zakelijk en verspreid. Lokale nieuwsmedia brengen de informatie vaak overzichtelijker en met meer context: waarom wordt er gewerkt, hoe lang duurt het en wat merk je ervan als bewoner of ondernemer. Ook onverwachte situaties, zoals een gesprongen waterleiding of een ongeval met gevolgen voor het verkeer, komen hier snel voorbij.

Wil je naast verkeersinformatie ook bijhouden wat er verder speelt in de stad, dan kun je bijvoorbeeld kijken op https://lokaalnieuwsbreda.nl, waar nieuws uit Breda en de regio wordt verzameld. Zo zie je bouwprojecten en afsluitingen in het bredere verband van wat er in je omgeving gebeurt.

Handige gewoontes voor onderweg

Informatie vinden is één ding, er ook echt iets mee doen is iets anders. Met een paar eenvoudige gewoontes voorkom je de meeste verrassingen:

  • Check op zondagavond kort welke werkzaamheden er de komende week op je vaste route gepland staan.
  • Gebruik een navigatie-app met actuele verkeersinformatie, ook als je de weg al kent.
  • Volg de sociale media van je gemeente of wijk voor snelle updates.
  • Houd rekening met extra drukte op omleidingsroutes, ook als je zelf niet langs de werkzaamheden rijdt.
  • Overweeg bij langdurige afsluitingen de fiets of het openbaar vervoer als alternatief.

Meedenken en vragen stellen

Bij grotere projecten organiseert de gemeente regelmatig informatieavonden of inloopbijeenkomsten. Dat is een goed moment om te horen hoe de planning eruitziet en om zorgen te delen, bijvoorbeeld over de bereikbaarheid van je woning of bedrijf. Ook kun je meestal terecht bij een vast aanspreekpunt van het project of de aannemer.

Merk je dat een omleiding onduidelijk is aangegeven of dat een situatie onveilig voelt, meld het dan bij de gemeente. Wegbeheerders zijn afhankelijk van meldingen van weggebruikers om knelpunten snel op te lossen.

Wie door de binnenstad van Harderwijk loopt, ziet overal sporen van een rijk verleden: smalle straatjes, oude stadsmuren en een stadspoort die naar water lijkt te kijken dat er niet meer is. Achter die gevels zitten verhalen die verder reiken dan je misschien verwacht, van handelsroutes over de Zuiderzee tot beroemde wetenschappers die hier promoveerden.

In dit artikel lees je vijf opvallende verhalen uit de geschiedenis van de stad. Het zijn geen stoffige weetjes: ze komen nog regelmatig terug in discussies over erfgoed, toerisme en de identiteit van Harderwijk.

Een Hanzestad aan de Zuiderzee

Harderwijk kreeg in 1231 stadsrechten van graaf Otto II van Gelre. Dankzij de ligging aan de Zuiderzee groeide de stad uit tot een handelsplaats van betekenis en sloot ze zich aan bij de Hanze, het machtige verbond van handelssteden rond de Noordzee en de Oostzee. Schepen vervoerden vis, graan, hout en andere goederen tussen de Nederlanden en steden in het Oostzeegebied.

De Vischpoort, een van de laatste overgebleven poorten van de oude stadsverdediging, herinnert nog aan die tijd. Vandaag de dag presenteert Harderwijk zich graag als Hanzestad, onder meer tijdens evenementen en samenwerkingen met andere voormalige Hanzesteden. Zo blijft een middeleeuws handelsnetwerk onderdeel van het hedendaagse stadsimago.

De universiteit waar Linnaeus promoveerde

Van 1648 tot 1811 had Harderwijk een eigen universiteit: de Gelderse Hogeschool. Het was geen grote universiteit, maar wel een bekende. Ze stond erom bekend dat je er relatief snel en betaalbaar kon promoveren, wat studenten uit binnen- en buitenland trok.

Het beroemdste voorbeeld is de Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus, die hier in 1735 binnen korte tijd zijn doctorstitel in de geneeskunde behaalde. Ook de Leidse arts Herman Boerhaave promoveerde in Harderwijk. Napoleon maakte in 1811 een einde aan de universiteit, maar het Linnaeustorentje en de botanische tuin in de binnenstad houden de herinnering levend. Als er nieuws is over restauraties of rondleidingen in dit deel van de stad, gaat het vaak precies over dit stukje geschiedenis.

Het Koloniaal Werfdepot

Een minder romantisch maar minstens zo opvallend verhaal is dat van het Koloniaal Werfdepot. Vanaf de negentiende eeuw werden in Harderwijk soldaten geworven en opgeleid voor het koloniale leger in Nederlands-Indië. Mannen uit heel Europa meldden zich hier, vaak uit armoede of op zoek naar avontuur.

Die komst van veel ruwe rekruten gaf de stad destijds een twijfelachtige reputatie. Tegenwoordig wordt het verhaal vooral verteld als onderdeel van de koloniale geschiedenis, met aandacht voor de schaduwkanten ervan. Wil je volgen hoe de stad met dit soort onderwerpen omgaat, dan vind je lokale berichtgeving onder meer op harderwijknieuwsvandaag.nl, waar erfgoed en stadsontwikkeling geregeld voorbijkomen.

Van zee naar meer

Eeuwenlang leefde Harderwijk van en met de Zuiderzee. Vissers vingen haring, ansjovis en paling, en de stad stond bekend om haar visrokerijen. Met de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 veranderde de zoute zee in het zoete IJsselmeer, en later kwam er met de drooglegging van Flevoland nog meer land bij.

Daardoor ligt Harderwijk nu aan het Veluwemeer, een randmeer in plaats van een open zee. Die verandering heeft de economie en het karakter van de stad sterk beïnvloed. Je ziet het terug in een aantal sporen die nog steeds zichtbaar zijn:

  • De Vischpoort, die ooit direct aan het water lag
  • De traditie van het palingroken
  • De boulevard en de herinrichting van de waterkant
  • Oude vissersschepen die bij evenementen terugkeren

Van vissersstad naar dolfijnenstad

In 1965 opende het Dolfinarium zijn deuren, en daarmee kreeg Harderwijk een heel nieuw soort bekendheid. Waar de stad vroeger vooral met handel en visserij werd geassocieerd, denken veel Nederlanders nu eerst aan dolfijnen en zeeleeuwen.

Het park zorgt voor veel bezoekers, maar roept ook vragen op over dierenwelzijn en de rol van dierentuinen. Die discussies spelen niet alleen landelijk, maar ook lokaal, en ze laten zien hoe een stuk recente geschiedenis net zo goed onderwerp van gesprek kan zijn als de middeleeuwen.

Wie in Salland woont, weet dat de winter hier een eigen karakter heeft. Tussen de akkers, bossen en langs de Vecht waait de wind vrij spel, en op open polderwegen kan het al glad zijn terwijl het in de bebouwde kom nog meevalt. Strooiwagens rijden vooral over de doorgaande routes, dus wie aan een buitenweg of in een buurtschap woont, staat er vaak net wat meer alleen voor.

Met een beetje voorbereiding voorkom je veel ongemak en schade. Deze checklist helpt je om huis, auto en fiets op tijd winterklaar te maken, zodat een stormachtige nacht of een ochtend met ijzel je niet overvalt.

Huis en erf stormbestendig maken

Begin buiten, het liefst in het najaar voordat de eerste herfststormen langskomen. Controleer of dakpannen goed liggen en of de nokvorsten vastzitten. Losse pannen zijn bij harde wind gevaarlijk voor jezelf en voor voorbijgangers. Maak ook de dakgoten leeg: bladeren en mos zorgen voor verstoppingen, waardoor regenwater overloopt of bij vorst bevriest en de goot kan beschadigen.

Op het platteland staan vaak grote bomen dicht bij huis of schuur. Kijk of er dode takken in hangen en laat die op tijd verwijderen. Zet tuinmeubels, trampolines en kliko’s vast of berg ze op. Een schuurdeur die niet goed sluit, kan bij een windstoot losslaan, dus check ook scharnieren en sloten.

Leidingen en verwarming beschermen

Vorst is vooral een risico voor waterleidingen in onverwarmde ruimtes, zoals een schuur, garage of kruipruimte. Isoleer blootliggende leidingen met isolatieschalen en draai de buitenkraan dicht via de binnenkraan. Laat de buitenkraan daarna leeglopen en zet hem open, zodat er geen water in achterblijft dat kan bevriezen.

Laat je cv-ketel of warmtepomp onderhouden voordat het echt koud wordt. Ontlucht de radiatoren en zorg dat je weet waar de hoofdkraan van het water zit. Ga je een paar dagen weg tijdens een vorstperiode, zet de verwarming dan niet helemaal uit maar laag, zodat het binnen niet onder het vriespunt komt.

Het weer en lokaal nieuws in de gaten houden

Een goede voorbereiding begint met weten wat eraan komt. Landelijke weerberichten geven een algemeen beeld, maar in een landelijke regio kan de situatie per dorp verschillen. Een code oranje voor storm of ijzel betekent dat je je plannen beter kunt aanpassen, en bij code rood blijf je het liefst thuis.

Voor de omgeving van Ommen kun je terecht op https://ommenonline.nl, waar je naast lokaal nieuws en 112-meldingen ook een weersverwachting voor de komende dagen vindt. Zo zie je snel of er ergens wegen zijn afgesloten, bomen zijn omgewaaid of er andere problemen in de buurt spelen.

De auto klaar voor gladde wegen

Winterbanden zijn in Nederland niet verplicht, maar op ongestrooide buitenwegen maken ze een groot verschil in grip en remweg. Kies je niet voor winterbanden, controleer dan in elk geval het profiel en de bandenspanning van je huidige banden. Vul de ruitensproeier met antivries en kijk of je ruitenwissers nog strepen trekken.

Leg een kleine wintervoorraad in de auto: een ijskrabber, een deken, een zaklamp, startkabels en een opgeladen powerbank. Op een stille weg tussen twee dorpen kan het even duren voordat er hulp is. Rijd bij gladheid rustig, houd extra afstand en let op bruggetjes en wegen langs bossen, waar het vaak het eerst glad wordt.

Veilig op de fiets door de winter

Veel Sallanders blijven ook in de winter fietsen, naar school, werk of de supermarkt. Juist dan is zichtbaarheid cruciaal, omdat het vroeg donker is en automobilisten minder goed zien door beslagen of bevroren ruiten. Een korte check voorkomt veel problemen:

  • Controleer voor- en achterlicht en neem reservebatterijen mee.
  • Laat de bandenspanning iets zakken voor meer grip op gladde fietspaden.
  • Draag reflecterende kleding of een hesje op onverlichte wegen.
  • Smeer de ketting na regen of strooizout, zodat hij niet roest.
  • Kies bij ijzel liever een gestrooide route, ook als die langer is.

Samen de winter door

Op het platteland is burenhulp vaak net zo waardevol als een goed gevulde schuur. Houd een oogje in het zeil bij oudere buren, help elkaar met sneeuwruimen of boodschappen en wissel telefoonnummers uit voor het geval de stroom uitvalt. Leg zelf ook een kleine noodvoorraad aan met kaarsen, water en houdbaar eten.

Wie nu een middag uittrekt voor deze klussen, kan de koudste weken met een gerust hart tegemoet zien. Een storm of een ochtend met ijzel blijft vervelend, maar met een stevig dak, beschermde leidingen, een goed uitgeruste auto en een fiets met werkende verlichting kom je in Salland veilig de winter door.