Blog

Praktische begeleiding voor werkzoekenden en werkgevers

1
Blog

Verzuim management: essentiële uitleg voor werkgevers

2
Blog

De Kunst van Vriescellen Inrichten

3
Blog

Zo kun je eenvoudig een muur laten wrappen

4

Multimiljoenen marketingbudgetten doen een bedrijf waarschijnlijk geen kwaad, maar voor een klein bedrijf dat net zijn draai vindt is het volkomen overbodig. Er zijn genoeg manieren om je bescheiden budget dat beetje verder te laten gaan, om je potentiële omzet te maximaliseren en ervoor te zorgen dat je niet verdwaalt in een zee van concurrenten.

Werkt het? Verander niet van koers!

In het bedrijfsleven is vallen en opstaan niet altijd aan te raden, maar bij marketing vaak wel. Door veel verschillende technieken op kleine schaal uit te proberen, kunt u duidelijk maken welke methoden het beste werken voor uw specifieke branche. Op www.mijnmarketingplan.nl vind je verschillende handige ideeën voor uw merk.

Meestal verschillen deze van bedrijf tot bedrijf, maar er zijn veel meer algemene concepten die in allerlei bedrijfstakken kunnen worden gebruikt.

Iets wat snel komt, verdwijnt vaak ook weer snel

Zorg ervoor dat u informeert hoe uw leads uw bedrijf hebben leren kennen. Zo kunt u vaststellen of uw bedrukte pennen of uw website het beste voor u werkt. Het is niet nodig om voortdurend nieuwe marketing stijlen uit te proberen. Die werken meestal maar heel kort (en tegen de tijd dat u ervan hebt gehoord, kan het al zijn uitgewerkt).

Wat we willen zeggen is dat u de traditionele fysieke marketingtechnieken zoals brochures en bedrukte pennen niet moet afschrijven. Wel benieuwd naar nieuwe, vooral online, marketing technieken? Web Wings online marketing helpt je erbij!

Markt voor uw bedrijf

Het klinkt misschien vanzelfsprekend, maar wat voor grote merken werkt, werkt absoluut niet voor uw kleine café in het centrum van Leeds. Grote merken kunnen wegkomen met allerlei zaken die bij kleine en lokale bedrijven niet werken.

Houd het simpel, en houd uw klanten altijd in gedachten. Gebruik geen taal die ze niet begrijpen, en probeer uw product of dienst niet te ingewikkeld te maken. Eenvoudige, gemakkelijk te begrijpen concepten verkopen het best omdat mensen niet het gevoel hebben dat u hen probeert te manipuleren of te misleiden met taal.

Als u verschillende producten hebt, maak dan een brochure voor elk daarvan om de zaken heel eenvoudig te houden.

Promotionele marketing

Wanneer u beurzen bijwoont of gewoon wanneer u contracten ondertekend, is een bedrukte pen geweldig om bij de hand te hebben. Dit zijn nuttige hulpmiddelen die we allemaal minstens één keer per dag zullen gebruiken. Het betekent dat uw belangrijkste informatie altijd bij de hand is. Zet er in ieder geval uw logo, het adres van uw website en uw telefoonnummer op. Bedrukte pennen zijn ongelooflijk waar voor hun geld, omdat ze zo lang meegaan.

Het kredietbeoordelingsproces is een integrale stap om te bepalen of u in aanmerking komt voor een lening. Vandaag trekken we een tipje van de sluier op over de kredietvereisten van kredietverstrekkers, waarnaar vaak wordt verwezen met de industrieterm “kredietbox”, om u te helpen begrijpen welke factoren een rol spelen bij het bepalen van de kredietwaardigheid van een kredietnemer. Hierbij kan het mogelijk zijn om geld te lenen zonder bkr registratie.

Wij zijn ervan overtuigd dat ondernemers met een goed begrip van waarom kredietverstrekkers werken zoals zij doen, zich beter kunnen voorbereiden op hun zakelijke kredietaanvragen.

Welke kredietcriteria gebruiken kredietverstrekkers om de kwalificaties van een zakelijke lening te bepalen?

Hoewel de kredietcriteria verschillen van kredietverstrekker tot kredietverstrekker (en van product tot product), zullen de meeste kredietverstrekkers de volgende gebieden gebruiken om te bepalen of een lener in aanmerking komt voor een geld lenen zonder bkr toetsing via leningenhypotheek.com:

  •       Tijd in het bedrijf
  •       Krediet kredietnemer
  •       Bedrijfsinkomsten
  •       Bankafschriften van het bedrijf (d.w.z. het aantal stortingen, gemiddeld dagelijks saldo, saldo aan het einde van de maand)
  •       Type entiteit
  •       Type bedrijfstak
  •       Winstgevendheid
  •       Algehele kredietwaardigheid van het bedrijf en de kredietnemer
  •       Waarom zijn kredietverstrekkers geïnteresseerd in ‘tijd in het bedrijf’, ‘bankafschriften’, enzovoort?

Kredietcriteria helpen kredietverstrekkers het risico te bepalen, zodat zij weloverwogen leningsbeslissingen kunnen nemen. Deze kredietcriteria zijn vooral belangrijk voor ongedekte leningen, waarbij er geen onderpand is dat de lening garandeert. Dit omvat leningtypes zoals een zakelijke termijnlening. Bij gewaarborgde leningen kan de kredietgever vertrouwen op de waarde van het onderpand in geval van wanbetaling. Dit omvat producten zoals een uitrustingslening of een commerciële hypotheek. Zo kun je eenvoudig leningen van 200 euro om je bedrijf vooruit te helpen. 

Hoe kijken kredietverstrekkers naar risicotolerantie?

Kredietverstrekkers kijken naar het vermogen van de lener om de lening terug te betalen, gebaseerd op kredietrapportage voor de persoon en het bedrijf. Vervolgens zoeken zij naar gegevens ter ondersteuning van de leningsbeslissing – gewoonlijk uit de financiële gegevens van het bedrijf of bankafschriften. Om het risico te beoordelen, kijken kredietgevers ook naar de terugbetalingsgeschiedenis van een kredietnemer, zijn achtergrond en de volatiliteit van de sector.

Het aan de lening verbonden risico zal op zijn beurt waarschijnlijk de kapitaalkosten beïnvloeden. Hoe groter het risico voor de leninggever, hoe hoger de kapitaalkosten. Hoe lager het veronderstelde risico, hoe lager de kapitaalkosten zullen zijn.

Het risico dat aan een lening is verbonden, kan veranderen als één enkele factor verandert. In 2020 bijvoorbeeld nam de volatiliteit van de sector toe voor bedrijven die gedwongen sluitingen en een door een pandemie verminderde vraag moesten doorstaan. Als gevolg daarvan zijn de leningen die een kredietnemer kan krijgen, de omvang van de lening en de kosten van het lenen waarschijnlijk veranderd… zelfs als er geen andere veranderingen in uw bedrijf waren.

Een bijbaan naast school levert meer op dan alleen zakgeld. Je leert samenwerken, plannen en omgaan met klanten, en je bouwt ervaring op die later van pas komt bij een stage of sollicitatie. Toch zitten er aan werken als scholier wat regels vast. Hoeveel moet je werkgever je minimaal betalen, hoeveel uur mag je werken en hoe zit het met belasting?

In dit artikel lees je hoe het jeugdloon werkt, welke werktijden gelden voor jouw leeftijd en wat je moet weten over loonheffing. Daarna krijg je tips om een bijbaan te vinden zonder dat je ver hoeft te reizen.

Zo werkt het minimumjeugdloon

In Nederland geldt een wettelijk minimumloon per uur. Ben je jonger dan 21, dan heb je recht op een percentage daarvan: het minimumjeugdloon. Hoe jonger je bent, hoe lager dat percentage. Voor een 15-jarige ligt het rond de 30 procent van het volwassen minimumloon, voor een 16-jarige rond de 34,5 procent en voor een 17-jarige rond de 39,5 procent. Vanaf 18 jaar stijgt het per jaar flink, tot je op je 21e het volledige minimumloon krijgt.

De bedragen worden twee keer per jaar aangepast, op 1 januari en 1 juli. Zoek daarom de actuele bedragen op bij de Rijksoverheid voordat je een contract tekent. Een werkgever mag je meer betalen dan het minimum, maar nooit minder. Staat er een cao op het bedrijf van toepassing, dan kunnen daarin hogere lonen staan. Vraag daar gerust naar.

Hoeveel uur mag je werken?

Werken onder de 13 jaar is in principe niet toegestaan, op een paar uitzonderingen na zoals optreden of reclamewerk met vergunning. Vanaf 13 jaar mag je licht werk doen, zoals helpen in een winkel of folders rondbrengen. Zwaar werk, gevaarlijk werk en werken met machines zijn voor jonge scholieren verboden.

De regels verschillen per leeftijd. Hieronder de belangrijkste in het kort:

  • 13 en 14 jaar: maximaal 2 uur op een schooldag en 12 uur per schoolweek, alleen tussen 7.00 en 19.00 uur.
  • 15 jaar: ook maximaal 2 uur op een schooldag en 12 uur per schoolweek, in vakanties tot 8 uur per dag.
  • 16 en 17 jaar: ruimere grenzen, maximaal 9 uur per dienst en geen werk tussen 23.00 en 6.00 uur.
  • Voor alle leeftijden geldt: na je werk heb je recht op voldoende rust.

Belasting en je loonstrook

Ook als scholier betaal je loonheffing. Je werkgever houdt die in op je loon. Daarom vraagt hij je om je burgerservicenummer en een geldig identiteitsbewijs. Belangrijk is de loonheffingskorting: die zorgt ervoor dat er minder belasting wordt ingehouden. Je mag die korting maar bij één werkgever tegelijk laten toepassen. Heb je twee bijbaantjes, kies dan de baan waar je het meest verdient.

Verdien je weinig, dan heb je achteraf vaak recht op geld terug. Dat haal je op door belastingaangifte te doen. Dat kan tot vijf jaar terug, dus ook als je het een jaar vergeten bent, is het niet te laat. Je ouders hoeven zich overigens geen zorgen te maken over de kinderbijslag: daar geldt geen inkomensgrens meer voor wat je zelf bijverdient.

Een bijbaan dicht bij huis vinden

Werken in je eigen woonplaats heeft grote voordelen. Je bent snel op je werk, je hebt geen reiskosten en je kunt makkelijker een dienst combineren met school of sport. Begin daarom met rondkijken in je directe omgeving. Supermarkten, bakkerijen, restaurants, tuincentra en kinderboerderijen zoeken regelmatig scholieren.

Lokale nieuwssites zijn een handige plek om te zoeken, omdat bedrijven uit de buurt daar vaak hun vacatures delen. Woon je in de regio Schagen, dan kun je bijvoorbeeld kijken bij Schagen Start, waar je naast nieuws uit de omgeving ook vacatures in de buurt vindt. Zo zie je meteen welke bedrijven bij jou om de hoek iemand zoeken.

Vergeet ook je eigen netwerk niet. Vraag ouders, buren, familie en vrienden of zij iets weten. Veel bijbaantjes worden nooit online gezet, maar via mond-tot-mondreclame vergeven.

Zo maak je een goede indruk

Je hoeft als scholier geen lang cv te hebben. Een korte brief of berichtje waarin je vertelt wie je bent, hoe oud je bent en wanneer je kunt werken, is vaak genoeg. Durf ook gewoon binnen te lopen en te vragen of er plek is. Kies daarvoor een rustig moment, dus niet midden in de drukte op zaterdagmiddag.

Wees eerlijk over je beschikbaarheid. Een werkgever heeft liever iemand die twee vaste avonden kan werken dan iemand die alles belooft en vervolgens vaak afzegt. Laat ook zien dat je zin hebt om te leren; dat weegt bij een eerste baan zwaarder dan ervaring.

School blijft op de eerste plaats

Een bijbaan is leuk en leerzaam, maar let erop dat je schoolwerk er niet onder lijdt. Spreek met je werkgever af dat je in toetsweken minder kunt werken en controleer of je rooster binnen de wettelijke grenzen blijft. Bewaar je loonstroken, controleer of je minstens het minimumjeugdloon krijgt en vergeet niet om na het jaar je belasting terug te vragen. Met die basis op orde kun je met een gerust hart aan je eerste baantje beginnen.

Het weer in Nederland kan flink omslaan. De ene week puf je onder een hittegolf, de volgende week waait de tuinstoel over de schutting of glibber je over een bevroren fietspad. Een weeralarm komt vaak met een paar uur of een dag voorsprong, en juist die tijd kun je goed gebruiken.

In dit artikel lees je wat de verschillende waarschuwingen betekenen, wat je in huis, in de tuin en onderweg kunt regelen, en waar je terechtkunt voor actuele informatie over jouw eigen omgeving.

Wat de weercodes betekenen

Het KNMI werkt met kleurcodes. Code geel betekent dat het weer hinder kan veroorzaken en dat je alert moet zijn. Bij code oranje is de kans op gevaar, schade of ernstige overlast groot, en bij code rood gaat het om extreem weer waarbij je zo mogelijk binnen blijft en de adviezen van de overheid volgt.

Let erop dat een code per provincie of regio kan verschillen. Een storm kan aan de kust veel heftiger zijn dan in het binnenland, en gladheid treft het noorden soms eerder dan het zuiden. Kijk dus altijd naar de waarschuwing voor jouw gebied, niet alleen naar de landelijke kop in het nieuws.

Voorbereiden in huis

Veel maatregelen kosten weinig moeite als je ze op tijd neemt. Bij hitte helpt het om overdag ramen, gordijnen en zonwering aan de zonkant dicht te houden en ‘s nachts of vroeg in de ochtend te luchten. Bij storm en gladheid is het vooral handig als je een paar dagen zonder boodschappen kunt en weet waar je spullen liggen als de stroom uitvalt.

Een kleine noodvoorraad maakt het verschil wanneer je door het weer even niet de deur uit kunt of wilt.

  • Een zaklamp en reservebatterijen
  • Een opgeladen powerbank voor je telefoon
  • Voldoende drinkwater en houdbaar eten voor twee à drie dagen
  • Een batterijradio voor nieuws bij stroomuitval
  • Medicijnen die je dagelijks nodig hebt

Actuele informatie uit je eigen regio

Landelijke weerberichten geven een goed beeld, maar wat er precies in je eigen straat of wijk gebeurt, lees je vaak sneller via lokale bronnen. Denk aan omgevallen bomen die een weg blokkeren, een gemeente die extra strooit of een evenement dat vanwege hitte wordt verplaatst. Woon je in of rond Etten-Leur, dan kun je op Lokaalnieuwsettenleur.nl het laatste nieuws uit de gemeente en de regio volgen.

Daarnaast is het verstandig om NL-Alert op je telefoon aan te laten staan. Bij acuut gevaar in jouw omgeving krijg je dan direct een bericht met wat je moet doen. Combineer dat met de waarschuwingen van het KNMI en de berichten van je gemeente, dan mis je weinig.

De tuin en het balkon

Bij een stormwaarschuwing is de tuin vaak de grootste bron van schade. Losse spullen als kussens, parasols, trampolines, plantenbakken en kliko’s kunnen door harde windstoten meters ver worden meegenomen. Zet ze binnen, in de schuur of zet ze stevig vast. Controleer ook of takken van bomen niet te dicht bij het huis of bij bovenleidingen hangen.

Bij hitte draait het juist om water en schaduw. Geef planten bij voorkeur ‘s ochtends vroeg of ‘s avonds water, zodat er minder verdampt. Huisdieren hebben extra drinkwater en een koel plekje nodig. Bij vorst kun je kwetsbare potplanten afdekken of binnenzetten en buitenkranen afsluiten, zodat leidingen niet bevriezen.

Onderweg bij extreem weer

De vraag die je jezelf eerst stelt: moet deze rit nu echt? Bij code oranje of rood is uitstellen vaak de veiligste keuze. Moet je toch weg, check dan vooraf de verkeersinformatie en de dienstregeling van het openbaar vervoer, want treinen en bussen rijden bij storm of sneeuw regelmatig minder vaak.

Bij gladheid rijd je rustig, houd je extra afstand en rem je voorzichtig. Fietsers doen er goed aan om bruggen en schaduwrijke stukken met zorg te nemen, omdat die het eerst bevriezen. Bij storm let je op zijwind op open wegen en vermijd je bosrijke routes. Bij hitte neem je water mee, laat je nooit kinderen of dieren achter in een geparkeerde auto en plan je lange ritten liefst in de koelere uren.

Let op elkaar

Extreem weer raakt niet iedereen even hard. Ouderen, mensen met een chronische aandoening en jonge kinderen hebben het bij hitte zwaarder, en wie slecht ter been is, blijft bij gladheid liever binnen. Een kort berichtje of een boodschap voor de buren kan veel betekenen.

Rustig en goed voorbereid

Een weeralarm hoeft geen paniek te veroorzaken. Met een kleine voorraad in huis, een opgeruimde tuin en een bewuste keuze over je reisplannen ben je al een heel eind. Houd de waarschuwingen voor jouw regio in de gaten, volg het lokale nieuws en pas je plannen aan wanneer dat nodig is. Zo kom je hitte, storm en gladheid een stuk ontspannener door.

Zodra de dagen korter worden en de temperatuur daalt, verandert er veel in je dagelijkse ritme. Voor senioren brengt de winter extra aandachtspunten met zich mee: het lichaam houdt warmte minder goed vast, gladde stoepen vergroten de kans op een val en de energierekening kan flink oplopen. Met een beetje voorbereiding kom je de koude maanden een stuk comfortabeler door.

In dit artikel lees je hoe je je huis winterklaar maakt, hoe je veilig de deur uit gaat, hoe je grip houdt op je energiekosten en hoe je lichamelijk en geestelijk fit blijft tot het voorjaar.

Maak je huis winterklaar

Begin op tijd met een rondje door je woning. Laat de cv-ketel in het najaar controleren, zodat je niet midden in een koude week zonder verwarming zit. Ontlucht de radiatoren en kijk of de thermostaat goed werkt. Een koolmonoxidemelder in de buurt van de ketel of geiser is geen overbodige luxe, net als een werkende rookmelder op elke verdieping.

Tocht is een van de grootste warmtevreters. Tochtstrips langs deuren en ramen, een tochtrol onder de voordeur en dikke gordijnen die je ‘s avonds dichtdoet, maken al snel verschil. Houd de temperatuur in de woonkamer bij voorkeur rond de 19 tot 20 graden; ouderen koelen sneller af, dus te zuinig stoken is niet verstandig.

Veilig op pad bij gladheid

Bij vorst, sneeuw of ijzel is vallen een reëel risico, en een gebroken heup of pols kan grote gevolgen hebben. Draag schoenen met een stroeve, geprofileerde zool en overweeg anti-slipzolen die je onder je schoenen trekt. Gebruik je een rollator of wandelstok, controleer dan of de rubberen doppen nog goed zijn.

Bij twijfel is thuisblijven vaak de beste keuze. Plan boodschappen op een moment dat de straten zijn gestrooid, of vraag een buurman of familielid om iets mee te nemen. Strooi zelf zout of zand op je eigen stoep en de oprit, zodat ook bezoekers veilig je huis bereiken.

  • Loop met kleine passen en houd je handen uit je zakken
  • Neem altijd je telefoon mee als je naar buiten gaat
  • Zorg voor goede verlichting bij de voordeur en het pad
  • Houd een kleine voorraad zout of strooizand in huis

Grip op je energiekosten

Warm wonen hoeft niet onbetaalbaar te zijn. Verwarm vooral de ruimtes waar je overdag bent en doe deuren naar koudere kamers dicht. Een warmtefolie achter de radiator, spaarlampen of ledlampen en het uitschakelen van apparaten op stand-by helpen allemaal een beetje mee.

Kijk ook of je recht hebt op ondersteuning. Veel gemeenten hebben regelingen voor huishoudens met een laag inkomen of bieden een gratis energiecoach die langskomt met praktische tips. Wil je weten hoe andere ouderen hiermee omgaan, of heb je een specifieke vraag over besparen in huis? Op Senioren Community stellen senioren elkaar vragen en delen ze hun ervaringen, wat vaak verrassend bruikbare ideeën oplevert.

Gezond blijven in de koude maanden

De winter is ook griepseizoen. Haal de griepprik als je daarvoor een uitnodiging krijgt en bespreek met je huisarts of een coronavaccinatie verstandig is. Was regelmatig je handen en blijf bij verkoudheid zoveel mogelijk binnen.

Omdat je minder buiten komt, krijg je minder zonlicht en daarmee minder vitamine D. Voor 70-plussers wordt een dagelijks supplement geadviseerd. Eet gevarieerd, met voldoende groente, fruit en eiwitten, en vergeet niet te drinken: ook als je geen dorst hebt, heeft je lichaam vocht nodig. Kleed je in laagjes, zodat je makkelijk iets uit of aan kunt doen.

Blijf in beweging en in contact

Korte, donkere dagen kunnen somber maken. Beweging helpt tegen stijve spieren én tegen een neerslachtig gevoel. Op dagen dat buiten wandelen niet verstandig is, kun je thuis eenvoudige oefeningen doen, zoals opstaan uit een stoel, op je tenen staan of armcirkels maken.

Sociale contacten zijn net zo belangrijk. Spreek vaste momenten af om te bellen met familie of vrienden, en maak gebruik van activiteiten in een buurthuis of bij een vereniging. Spreek ook met een buur af dat jullie een oogje in het zeil houden, zodat iemand merkt als het gordijn een keer dicht blijft.

Een nieuwe kast lijkt een overzichtelijke aankoop, tot je gaat vergelijken. Dezelfde breedte en hoogte kan je zomaar een paar honderd euro kosten, maar ook een paar duizend. Dat verschil zit niet alleen in het merk, maar vooral in materiaal, afwerking, beslag en de vraag of de kast op maat wordt gemaakt.

In dit artikel krijg je een financiële blik op kasten: welke prijsklassen je grofweg kunt verwachten, wanneer maatwerk zijn geld waard is en waar je zonder spijt op kunt besparen. De bedragen zijn indicaties, want prijzen verschillen per winkel, regio en periode.

De prijsklassen op een rij

In de budgetklasse vind je vooral standaardkasten van spaanplaat met een folie- of melaminelaag. Een eenvoudige kledingkast of boekenkast koop je hier vaak voor een paar tientallen tot enkele honderden euro’s. Je bouwt ze meestal zelf in elkaar en de keuze in maten is beperkt.

De middenklasse biedt stevigere materialen, zoals MDF met lak of fineer, betere scharnieren en meer indelingsopties. Reken voor een complete kledingkast al snel op enkele honderden tot zo’n anderhalf duizend euro. Modulaire systemen vallen vaak in deze categorie: je stelt zelf een combinatie samen uit vaste elementen.

In de hogere klasse zitten massief houten kasten, designmerken en maatwerk. Een inbouwkast over een volledige wand kan hier oplopen tot meerdere duizenden euro’s, afhankelijk van de afmetingen en afwerking.

Maatwerk of standaard: waar betaal je voor?

Bij een standaardkast betaal je voor een product dat in grote aantallen wordt gemaakt. Dat drukt de prijs, maar je accepteert vaste maten. In een ruimte met een schuin dak, een nis of een lastige hoek blijft er dan vaak ruimte onbenut.

Maatwerk kost meer omdat er ontwerptijd, inmeten, productie op bestelling en vaak montage bij komt. Daar staat tegenover dat elke centimeter wordt benut en de kast naadloos aansluit op wand en plafond. In een kleine woning of onder een trap kan die extra opbergruimte het prijsverschil rechtvaardigen. Wil je maten en stijlen vergelijken voordat je kiest, dan vind je op Kastjes advies en inspiratie voor kasten in verschillende ruimtes, van gang tot badkamer.

Een tussenvorm is semi-maatwerk: standaardkorpussen die worden aangevuld met passtukken en op maat gezaagde fronten. Zo krijg je een ingebouwde uitstraling voor een prijs die dichter bij standaard ligt.

De kosten die je makkelijk vergeet

De prijs op het label is zelden het eindbedrag. Bezorging, montage en het afvoeren van je oude kast worden vaak apart gerekend. Ook accessoires zoals extra legplanken, ladeblokken, verlichting of softclose-scharnieren tellen snel op.

Bij inbouwkasten komen er soms nog kosten bij voor het egaliseren van een muur, het verplaatsen van een stopcontact of het bijwerken van plinten. Vraag bij een offerte daarom altijd na wat wel en niet is inbegrepen, zodat je appels met appels vergelijkt.

Slimme manieren om te besparen

Besparen hoeft niet te betekenen dat je genoegen neemt met minder kwaliteit. Het gaat erom dat je geld uitgeeft aan de onderdelen die echt verschil maken, zoals een stevig korpus en goed beslag.

Een paar tips die in de praktijk veel opleveren:

  • Combineer een goedkope standaardkast met nieuwe fronten of handgrepen voor een duurdere uitstraling.
  • Monteer zelf als je handig bent; dat scheelt vaak een flink bedrag.
  • Kijk naar showroommodellen, uitverkoop of tweedehands kasten van degelijke merken.
  • Kies bij maatwerk voor eenvoudige fronten en investeer liever in de binnenindeling.
  • Vraag meerdere offertes aan en vergelijk ze op specificaties, niet alleen op prijs.

Goedkoop kan duurkoop zijn

Een heel goedkope kast kan na een verhuizing of intensief gebruik al gaan wankelen, en planken kunnen doorbuigen onder het gewicht van boeken of kleding. Moet je de kast na een paar jaar vervangen, dan ben je uiteindelijk meer kwijt dan bij een iets duurdere aankoop.

Let daarom op de dikte van de planken, de kwaliteit van de achterwand en de scharnieren. Een kast met een stevige basis gaat jaren mee en kun je later nog opfrissen met nieuwe deuren of een verflaag.

Je budget vooraf bepalen

Bepaal eerst wat de kast moet kunnen: hoeveel hangruimte, hoeveel lades, welke afmetingen. Zet daar een maximumbedrag tegenover en houd een kleine buffer aan voor bijkomende kosten. Met die lijst in de hand laat je je minder snel verleiden tot extra’s die je niet nodig hebt.

Wie op die manier vergelijkt, ziet al snel waar het geld naartoe gaat en waar ruimte zit om te schuiven. Of je nu kiest voor een slimme standaardkast of een wand vol maatwerk: een doordachte keuze levert een kast op die past bij je ruimte én bij je portemonnee.

Wie in februari door de straten van Aken loopt, merkt het meteen: de stad verandert in een groot feest vol kostuums, blaasmuziek en de kreet Oche Alaaf! Carnaval heet hier Öcher Fastelovend, en hoewel het minder bekend is dan het feest in Keulen, heeft het een eigen karakter. Het is gezellig, soms wat eigenwijs en vooral heel lokaal.

Kom je uit Nederland of België, dan ligt Aken vlak om de hoek. Dat maakt het een aantrekkelijke bestemming voor een dag of een lang weekend carnaval. In deze gids lees je hoe het feest in elkaar zit, welke dagen en optochten je niet wilt missen en hoe je op de hoogte blijft van het programma.

Wat Öcher Fastelovend bijzonder maakt

Het carnavalsseizoen begint officieel op 11 november om 11.11 uur, maar het echte straatfeest valt in de dagen voor Aswoensdag. Tussendoor zijn er zittingen, bals en de proclamatie van de carnavalsprins, die samen met zijn gevolg het feest aanvoert. Veel van die avonden worden georganiseerd door lokale verenigingen en zijn vooral bedoeld voor de eigen leden en vaste bezoekers.

Aken is daarnaast bekend om de Orden wider den tierischen Ernst, een onderscheiding van de Aachener Karnevalsverein voor mensen die humor weten te combineren met een serieuze publieke rol. De uitreiking is een televisie-evenement, maar laat goed zien hoe diep carnaval hier in de stadscultuur zit. Verwacht ook veel Öcher Platt, het lokale dialect, in liedjes en speeches.

De belangrijkste dagen en optochten

Voor de meeste bezoekers draait het om de laatste dagen voor de vasten. Die volgen een vast ritme, al verschilt het precieze programma per jaar. Grofweg kun je dit verwachten:

Wil je maar één dag gaan, kies dan Rozenmaandag. Dan is de sfeer op zijn hoogtepunt en staat bijna de hele binnenstad in het teken van de optocht.

  • Weiberfastnacht (donderdag): vrouwen nemen symbolisch de macht over en het feest barst los in de binnenstad.
  • Het weekend: kleinere optochten in de wijken en vaak een stoet speciaal voor kinderen.
  • Rozenmaandag: de grote optocht met praalwagens, muziekkorpsen en veel snoepgoed voor het publiek.
  • Dinsdag: het feest loopt langzaam ten einde, met hier en daar nog lokale activiteiten.

Zo blijf je op de hoogte van het programma

Tijden, routes en afsluitingen kunnen elk jaar anders zijn, dus kijk vlak voor je bezoek nog even naar actuele informatie. Lokale nieuwsbronnen melden meestal wanneer de route bekend is, welke straten dichtgaan en of er veiligheidsmaatregelen gelden. Voor nieuws en evenementen uit de stad kun je bijvoorbeeld terecht bij Nachrichtenaachen, waar je ook ander lokaal nieuws uit Aken vindt.

Daarnaast publiceren de carnavalsverenigingen en de stad zelf vaak praktische informatie over de optochten. Controleer ook het openbaar vervoer: op de grote dagen rijden bussen anders en zijn sommige haltes in het centrum tijdelijk buiten gebruik.

Praktische tips voor je bezoek

Een kostuum is geen verplichting, maar je valt meer op zonder dan met. Het hoeft niet ingewikkeld: een grappige hoed, een schmink of een eenvoudig dierenpak is genoeg. Kleed je wel warm aan, want februari kan koud en nat zijn en je staat soms uren buiten. Laagjes onder je kostuum doen wonderen.

Kom op tijd als je een goed plekje langs de route wilt, zeker op Rozenmaandag. Neem een tas mee voor de snoepjes en kleine cadeautjes die vanaf de wagens worden gegooid. Met de auto naar het centrum is op de drukste dagen lastig; de trein vanuit Maastricht, Heerlen of Luik is vaak een rustiger keuze.

Meevieren zonder de toerist uit te hangen

Akenaren zijn doorgaans gastvrij, en wie een beetje meedoet wordt snel opgenomen in de feeststemming. Leer de groet Oche Alaaf en roep hem mee als de wagens voorbijkomen. Dat wordt altijd gewaardeerd. In de kroegen rond de Markt en de Dom is het druk, maar juist daar ontstaan de leukste gesprekken.

Houd wel rekening met de mensen om je heen. Laat kinderen vooraan staan bij de optocht, ga verstandig om met alcohol en laat geen afval achter. Carnaval is hier een feest van de stad zelf, en als gast draag je bij aan die sfeer.

Je eerste tuningproject voelt als een feestje. Je hebt ideeën, filmpjes gekeken en misschien al een winkelmandje vol onderdelen klaarstaan. Toch lopen veel beginners tegen dezelfde problemen aan: een auto die slechter rijdt dan voorheen, onderdelen die na een paar maanden kapotgaan of een onaangename verrassing bij de keuring.

Het goede nieuws is dat de meeste fouten goed te voorkomen zijn. In dit artikel lees je welke vijf missers het vaakst voorkomen en wat je beter anders kunt doen, zodat je geld en energie in de goede dingen steekt.

1. Kiezen voor de goedkoopste onderdelen

Een spruitstuk voor een fractie van de normale prijs of een verlagingsset die verdacht weinig kost: het is verleidelijk. Maar goedkope onderdelen zijn vaak gemaakt van dunner materiaal, passen slecht of hebben geen deugdelijke keuring. Een veer die doorzakt of een uitlaat die na één winter roest, kost je uiteindelijk meer dan het origineel van een bekend merk.

Kijk daarom naar de reputatie van de fabrikant, lees ervaringen van andere rijders met dezelfde auto en vraag je af of een onderdeel een certificaat of keuringsrapport heeft. Liever één goed onderdeel per keer dan een hele auto vol rommel.

2. Aanpassingen in de verkeerde volgorde

Veel beginners beginnen met meer vermogen, omdat dat het spannendst is. Maar als je remmen, banden en onderstel daar niet op berekend zijn, wordt je auto vooral minder veilig. Vermogen dat je niet op de weg krijgt of niet kunt afremmen, heeft weinig zin.

Een logische volgorde begint bij de basis: zorg dat de auto technisch gezond is, investeer daarna in grip en remmen, en pak pas daarna het motorvermogen aan. Optische aanpassingen kun je tussendoor doen, zolang ze de techniek niet in de weg zitten.

  • Onderhoud en eventuele gebreken eerst oplossen
  • Goede banden en een passend onderstel
  • Remmen die het extra tempo aankunnen
  • Pas daarna motor- en software-aanpassingen

3. De RDW vergeten

Niet elke aanpassing mag zomaar. Denk aan een flinke verlaging, bredere velgen die buiten de wielkast steken, getinte voorruiten of een uitlaat die te veel geluid maakt. Sommige wijzigingen moet je laten keuren of melden bij de RDW, anders loop je risico op boetes, problemen bij de APK of zelfs een rijverbod.

Ook je verzekering verdient aandacht. Meld aanpassingen aan je verzekeraar, want bij schade kan een niet-gemelde modificatie reden zijn om minder of niets uit te keren. Wil je je vooraf goed inlezen over wat wel en niet mag, dan vind je op Cartuning-guide veel achtergrondinformatie en tips over tuning in Nederland.

4. Geen duidelijk doel hebben

Zonder plan koop je al snel losse onderdelen die niet bij elkaar passen. Een harde sportophanging op een auto die je vooral dagelijks gebruikt voor woon-werkverkeer, maakt elke rit oncomfortabel. En een opvallende bodykit op een auto die je stil en snel wilt maken, past ook niet echt.

Bedenk vooraf wat je wilt: een comfortabele daily driver met een sportiever randje, een circuitauto of vooral een opvallende showauto. Met dat doel in je achterhoofd maak je betere keuzes en voorkom je dat je onderdelen later weer moet vervangen.

5. Alles zelf willen doen

Zelf sleutelen is leerzaam en leuk, maar niet elke klus leent zich ervoor. Een remsysteem, een motormapping of werk aan airbags en elektronica vraagt om kennis en het juiste gereedschap. Een kleine fout kan hier grote gevolgen hebben.

Begin met eenvoudige klussen, zoals het vervangen van een luchtfilter of het monteren van andere velgen, en laat complexere aanpassingen over aan een specialist. Kijk mee als dat kan: zo leer je stap voor stap en groeit je kennis met je project mee.

De hal is de eerste ruimte die je ziet als je thuiskomt, en de eerste indruk voor iedereen die bij je aanbelt. Toch krijgt hij vaak de minste aandacht. Er hangen jassen over de trapleuning, schoenen slingeren bij de deur en het plafondlampje geeft een kil schijnsel. Zonde, want met een paar gerichte ingrepen wordt juist deze doorloopruimte een plek die je meteen het gevoel geeft dat je thuis bent.

Je hebt er geen grote verbouwing voor nodig. Hieronder vind je zes praktische manieren om je entree warmer, overzichtelijker en persoonlijker te maken, ook als je hal smal of klein is.

Begin met slimme opberging

Rommel is de grootste vijand van een gastvrije hal. Zodra spullen een vaste plek hebben, voelt de ruimte rustiger en groter. Kijk eerst wat er dagelijks in je hal belandt: jassen, tassen, sleutels, schoenen, post en misschien paraplu’s of hondenriemen. Stem je opberging daarop af in plaats van andersom.

In een smalle gang werkt verticale opslag het best. Een rij haken op ooghoogte neemt nauwelijks ruimte in, en een ondiep schoenenkastje past vaak precies onder een radiator of naast de deur.

  • Een bankje met opbergruimte om op te zitten tijdens het aantrekken van je schoenen
  • Een bakje of schaaltje bij de deur voor sleutels
  • Een wandrek met een plankje voor post en kleine spullen
  • Manden per gezinslid voor mutsen, sjaals en handschoenen

Leg een vloerkleed dat tegen een stootje kan

Een vloerkleed maakt een hal direct zachter en warmer, zowel voor het oog als onder je voeten. Het dempt bovendien geluid, wat prettig is in een ruimte met veel harde oppervlakken. Kies wel een kleed dat bestand is tegen natte schoenen en zand: platgeweven katoen, sisal of een wasbare loper zijn praktische opties.

Let op de maat. In een lange gang werkt een loper die de lijn van de ruimte volgt mooi, met aan weerszijden een strook vloer zichtbaar. Leg er een antislipmat onder, zodat niemand uitglijdt als hij gehaast de deur uit gaat.

Laat een spiegel ruimte maken

Een spiegel is in de hal niet alleen handig voor een laatste blik voordat je vertrekt, hij vergroot ook optisch de ruimte. Door licht te weerkaatsen voelt een donkere gang meteen opener aan.

Hang de spiegel bij voorkeur tegenover of naast een lichtbron, zoals een raam of lamp, zodat hij zoveel mogelijk licht verspreidt. Een ronde spiegel verzacht de strakke lijnen van een smalle gang, terwijl een grote staande spiegel tegen de muur een speels en ontspannen effect geeft. Combineer hem met een smal wandtafeltje eronder en je hebt meteen een fijne plek voor sleutels en een plantje.

Kies licht in lagen

Verlichting bepaalt meer dan je denkt hoe welkom een ruimte voelt. Eén felle plafondlamp maakt een hal snel kaal en ongezellig. Werk liever met meerdere lichtbronnen: algemeen licht aan het plafond, een wandlamp voor sfeer en eventueel een klein tafellampje op een kastje bij de deur.

Ga voor warm wit licht, rond 2700 Kelvin, en overweeg een dimmer of een lamp met bewegingssensor voor als je met volle handen binnenkomt. Wie meer wil weten over verlichting en inrichting, vindt op huisstijltrends.nl extra achtergrond en ideeën om verder mee aan de slag te gaan.

Geef de muren karakter

Veel hallen zijn wit of lichtgrijs geschilderd, omdat dat veilig voelt. Toch kan juist een warme kleur de entree een eigen sfeer geven. Denk aan zacht terracotta, oker, diep groen of een warme zandtint. Wil je niet de hele hal schilderen, kies dan voor alleen de onderste helft of één accentmuur.

Ook behang met een subtiel motief of houten lambrisering voegt diepte toe. Bijkomend voordeel van een donkerder onderkant: vlekken van tassen en schoenen vallen minder op.

Maak het persoonlijk

Het laatste stukje warmte komt van de details die laten zien wie er woont. Een paar ingelijste foto’s, een kunstwerk dat je dierbaar is of een vaas met verse bloemen of takken maakt van een functionele doorgang een plek met een verhaal. Een plant die weinig licht nodig heeft, zoals een zamioculcas of sansevieria, doet het vaak prima in een hal.

Ook geur speelt mee. Een geurstokje of een fris luchtje bij binnenkomst blijft onbewust hangen bij je gasten.

Je hoeft niet alles tegelijk aan te pakken. Begin met wat je het meest stoort, vaak de rommel, en bouw van daaruit verder met licht, textiel en persoonlijke accenten. Zo groeit je hal stap voor stap uit tot een ruimte die je elke dag weer prettig ontvangt.

Vrijdagmiddag, en je hebt nog geen idee wat je dit weekend gaat doen. Vaak eindigt dat met een rondje boodschappen, een serie op de bank of hetzelfde wandelpad als altijd. Ondertussen gebeurt er vlak bij je huis van alles: een rommelmarkt op het plein, een koor dat optreedt in de kerk, een open training bij de plaatselijke hockeyclub. Je hoort er alleen vaak pas van als het al voorbij is.

Een lokale of regionale agenda helpt je om dat soort activiteiten op tijd te zien. Hieronder lees je vijf praktische manieren om zo’n kalender te gebruiken, zodat je weekend minder vanzelf gaat en meer oplevert.

1. Kijk aan het begin van de week vooruit

De meeste mensen zoeken pas op zaterdagochtend naar iets leuks. Dan is het concert uitverkocht of heb je de inschrijving voor de loop net gemist. Maak er een gewoonte van om op maandag of dinsdag even door de agenda te scrollen. Vijf minuten is genoeg om te zien wat er de komende dagen op het programma staat.

Zet wat je aanspreekt direct in je eigen agenda of telefoon, met een herinnering. Zo hoef je er niet meer aan te denken en kun je eventueel nog vrienden of familie uitnodigen.

2. Combineer een markt met een uitje

Markten zijn een prima startpunt voor een weekend. Denk aan een weekmarkt, een boerenmarkt met streekproducten, een vlooienmarkt of een seizoensmarkt rond de feestdagen. In een regionale kalender zie je vaak ook markten in naburige dorpen en steden, waar je zelf niet zo snel aan denkt.

Plan er iets omheen. Bezoek ‘s ochtends de markt, neem een lunch mee van de kraampjes en maak daarna een fietstocht of wandeling in de omgeving. Zo wordt een korte boodschap ineens een complete dag.

3. Geef lokale muziek een kans

Grote concertzalen trekken alle aandacht, maar in je eigen regio wordt ook veel muziek gemaakt. Harmonieën, bandjes in cafés, koren, singer-songwriters in de bibliotheek of een zomerconcert in het park: het zijn vaak laagdrempelige avonden, soms zelfs gratis.

Juist omdat zulke optredens weinig reclame maken, staan ze vooral in lokale agenda’s. Woon je in de Drechtsteden, dan vind je op papendrechtstart.nl onder meer een kalender met wat er in en rond Papendrecht speelt, naast nieuws uit de buurt. Het loont om zo’n overzicht naast je eigen plannen te leggen.

Tip: ga eens naar een optreden van een genre dat je normaal niet luistert. De sfeer in een kleine zaal maakt veel goed, en je leert meteen mensen uit je omgeving kennen.

4. Doe mee in plaats van alleen toe te kijken

Sportactiviteiten zijn een onderschat onderdeel van de lokale agenda. Naast wedstrijden van de plaatselijke voetbal- of handbalclub vind je er vaak activiteiten waar je zelf aan mee kunt doen. Dat maakt je weekend actiever en is een goede manier om een nieuwe sport uit te proberen zonder meteen lid te worden.

Let bij sportactiviteiten op een paar praktische zaken:

  • Moet je je vooraf inschrijven, en tot wanneer kan dat?
  • Is er een minimumleeftijd of een kindervariant?
  • Heb je speciale kleding of materiaal nodig?
  • Wat gebeurt er bij slecht weer?

5. Maak er een vast ritueel van

Wie de agenda een paar weken bijhoudt, merkt dat bepaalde activiteiten terugkomen: de maandelijkse markt, de jaarlijkse braderie, het zomerprogramma in het park. Gebruik dat om vooruit te plannen. Noteer terugkerende evenementen alvast voor de rest van het jaar, zodat je er niet elke keer opnieuw naar hoeft te zoeken.

Je kunt het ook gezellig maken door het samen te doen. Spreek bijvoorbeeld met je huisgenoten of buren af dat ieder om de beurt één activiteit uit de kalender kiest. Zo kom je op plekken waar je zelf nooit voor had gekozen, en wordt het plannen van het weekend iets om naar uit te kijken.

Een lokale agenda is geen ingewikkeld hulpmiddel, maar het verschil zit in het gebruik. Wie regelmatig even kijkt wat er in de buurt gebeurt, hoeft niet meer op vrijdagmiddag te puzzelen. Je weet welke markt er staat, welk koor optreedt en welke club een open dag houdt. En misschien blijkt het leukste uitje van je weekend gewoon om de hoek te zijn.

Wie in de Krimpenerwaard woont en in Rotterdam of Capelle werkt, kent het gevoel: je vertrekt op tijd, maar zodra je richting Krimpen aan den IJssel rijdt, sta je stil. De oorzaak ligt bijna altijd op hetzelfde punt. De Algerabrug over de Hollandse IJssel is voor een groot deel van de regio dé verbinding met de rest van de Randstad, en dat merk je elke ochtend en middag.

In dit artikel lees je waarom juist deze brug zo bepalend is voor je reistijd, wat er gebeurt als er iets misgaat en welke alternatieven je hebt om minder tijd in de file door te brengen.

Eén brug voor een hele regio

De Krimpenerwaard is een gebied dat aan bijna alle kanten door water wordt omringd: de Lek, de Hollandse IJssel en de Noord. Dat maakt het landschap mooi en rustig, maar het betekent ook dat het aantal oeververbindingen beperkt is. De Algerabrug vormt de directe schakel tussen Krimpen aan den IJssel en Capelle aan den IJssel, en daarmee de snelste route naar de A16, de A20 en het centrum van Rotterdam.

Omdat zoveel inwoners van dorpen als Lekkerkerk, Ouderkerk en Bergambacht via deze route naar hun werk gaan, komt al het verkeer op één punt samen. Een knooppunt met zoveel gebruikers heeft weinig marge: een kleine verstoring werkt direct door in de hele regio.

Waarom een kleine verstoring grote gevolgen heeft

De brug zelf is niet het enige probleem. Ook de aansluitende wegen en kruispunten aan beide kanten hebben een beperkte capaciteit. Gaat het daar ergens mis, door een ongeval, pech of werkzaamheden, dan loopt de file snel terug tot ver in Krimpen en soms tot in de polder.

Daarnaast heeft de Algerabrug een beweegbaar deel voor de scheepvaart op de Hollandse IJssel. Een brugopening duurt vaak maar enkele minuten, maar in de spits kan zo’n korte onderbreking een rij auto’s opleveren die pas veel later weer is opgelost. Juist die combinatie van veel verkeer en weinig uitwijkmogelijkheden maakt de reistijd zo onvoorspelbaar.

Op de hoogte blijven van de situatie

Hoe beter je weet wat er speelt, hoe slimmer je je route kunt kiezen. Navigatie-apps geven een actueel beeld van de drukte, maar het loont ook om het lokale nieuws te volgen. Aangekondigde werkzaamheden, afsluitingen en plannen rondom de brug worden vaak ruim van tevoren gemeld. Op www.lekkerkerkkrant.nl lees je bijvoorbeeld nieuws uit Lekkerkerk en de rest van de Krimpenerwaard, waaronder berichten die van invloed kunnen zijn op je dagelijkse reis.

Door een paar dagen vooruit te kijken, voorkom je dat je op een ochtend met een afsluiting wordt verrast en ineens een half uur extra kwijt bent.

Slimme manieren om de file te omzeilen

Je hoeft niet altijd lijdzaam in de rij te staan. Met een paar aanpassingen in je planning of vervoerskeuze kun je veel tijd winnen. Niet elke optie past bij iedereen, maar vaak is één kleine verandering al genoeg.

  • Vertrek een halfuur eerder of later dan de drukste piek.
  • Kies op drukke dagen voor de waterbus vanaf Krimpen richting Rotterdam.
  • Pak de (elektrische) fiets; voor afstanden tot zo’n vijftien kilometer is dat vaak sneller.
  • Overweeg een route via Gouda of een veerpont over de Lek als je bestemming dat toelaat.
  • Spreek met je werkgever vaste thuiswerkdagen af op de drukste dagen.

Vooruitkijken naar de toekomst

De drukte rond de Algerabrug is al jaren onderwerp van gesprek tussen gemeenten, provincie en inwoners. Er wordt nagedacht over verbeteringen aan de verbinding en over manieren om het verkeer beter te spreiden. Zulke projecten kosten tijd, en tijdens eventuele werkzaamheden kan het tijdelijk zelfs drukker worden.

Voor jou als reiziger betekent dat vooral: blijf flexibel. Wie nu al gewend raakt aan alternatieve routes of vervoermiddelen, merkt minder van toekomstige verstoringen.

Je reistijd weer in eigen hand

De Algerabrug zal voorlopig een sleutelrol blijven spelen in het woon-werkverkeer van de Krimpenerwaard. Je kunt de brug niet verplaatsen, maar je kunt wel bepalen hoe je ermee omgaat. Door het nieuws in de gaten te houden, je vertrektijd bewust te kiezen en af en toe een andere vervoerswijze te proberen, wordt die dagelijkse rit een stuk voorspelbaarder. En wie weet ontdek je onderweg dat de fiets of de waterbus een prettiger begin van je werkdag is dan de file.

Zodra de bladeren vallen, valt bij veel mensen ook een uitnodiging op de mat. Het najaar is in Nederland het moment voor de griepprik en de coronaprik. Dat is geen toeval: griep en corona verspreiden zich vooral in de koudere maanden, wanneer we meer binnen zitten en virussen makkelijker van persoon naar persoon gaan.

Misschien vraag je je af of jij in aanmerking komt, wanneer je bericht krijgt en wat je na de prik kunt verwachten. In dit artikel lees je de belangrijkste punten op een rij, zodat je goed voorbereid bent als het zover is.

Waarom een prik in het najaar?

Het griepseizoen begint meestal ergens tussen december en februari en kan weken duren. Je lichaam heeft na een vaccinatie ongeveer twee weken nodig om voldoende afweer op te bouwen. Door in oktober of november te vaccineren, ben je beschermd voordat het virus echt rondgaat.

Bij corona werkt het vergelijkbaar. De bescherming van eerdere prikken of een doorgemaakte infectie neemt na verloop van tijd af, en het virus verandert steeds een beetje. Een jaarlijkse herhaalprik in het najaar zorgt ervoor dat je afweer weer op peil is voor de winter. Beide vaccins voorkomen niet altijd dat je ziek wordt, maar ze verkleinen de kans op ernstige klachten, ziekenhuisopname en complicaties zoals een longontsteking flink.

Wie komt in aanmerking?

De gratis griepprik en coronaprik zijn bedoeld voor mensen die een groter risico lopen om ernstig ziek te worden. Dat zijn in de eerste plaats mensen vanaf 60 jaar. Daarnaast krijgen jongere mensen met bepaalde medische aandoeningen een uitnodiging, bijvoorbeeld bij hart- of longziekten, diabetes, nierziekten of een verminderde weerstand door ziekte of medicijnen.

Ook zwangere vrouwen en mensen die beroepsmatig of als mantelzorger voor kwetsbare personen zorgen, kunnen in aanmerking komen. De precieze regels kunnen per jaar iets verschillen. Twijfel je of jij erbij hoort, vraag het dan na bij je huisarts. Wie geen uitnodiging krijgt maar zich toch wil laten vaccineren, kan vaak tegen betaling terecht, bijvoorbeeld via de huisarts of een vaccinatiebureau.

Wanneer komt de uitnodiging?

Voor de griepprik krijg je meestal in september of oktober een brief van je huisarts. Daarin staan de datum, het tijdstip en de locatie, vaak een spreekuur in de praktijk of een grotere ruimte in de buurt. De vaccinaties vinden doorgaans plaats in oktober en november.

De uitnodiging voor de coronaprik komt in de afgelopen jaren via het RIVM, waarna je een afspraak maakt bij de GGD. Ook deze ronde start meestal in het vroege najaar. Heb je geen brief ontvangen terwijl je denkt dat je wel in aanmerking komt? Neem dan contact op met je huisarts of kijk op de website van de GGD. Wil je meer lezen over gezondheid en andere onderwerpen die op latere leeftijd spelen, dan vind je op seniorenvragen.nl antwoorden op allerlei praktische vragen.

Het is in de meeste gevallen geen probleem om beide prikken kort na elkaar of zelfs op dezelfde dag te halen. Vraag bij twijfel om advies tijdens je afspraak.

Mogelijke bijwerkingen

De meeste mensen merken weinig van de prik. Als er bijwerkingen optreden, zijn die meestal mild en verdwijnen ze binnen een of twee dagen. Ze zijn een teken dat je afweersysteem aan het werk is. Veelvoorkomende klachten zijn:

  • Een pijnlijke, rode of licht gezwollen plek op de arm
  • Vermoeidheid of een algemeen grieperig gevoel
  • Hoofdpijn of spierpijn
  • Lichte verhoging of koorts

Wanneer neem je contact op met een arts?

Ernstige reacties zijn zeldzaam. Krijg je direct na de prik last van benauwdheid, een opgezwollen gezicht of duizeligheid, meld dit dan meteen bij de medewerkers ter plekke. Daarom wordt je soms gevraagd na de vaccinatie even te blijven wachten.

Houden klachten langer dan een paar dagen aan of maak je je zorgen, bel dan je huisarts. Ben je op het moment van de afspraak ziek met koorts, dan kun je de prik beter een paar dagen uitstellen. Een gewone verkoudheid is meestal geen reden om af te zeggen. Gebruik je bloedverdunners, vertel dat dan vooraf, zodat er na de prik wat langer op de prikplek kan worden gedrukt.